dinsdag 24 december 2013

Spel

Dat hoort ook bij de kerstvakantie: met vrouw en kinderen een gezelschapsspel spelen. Voor er begonnen kan worden, moet ieder gezinslid zich echter eerst losweken uit zijn solitaire bezigheden. Televisie, laptops en Ipads dienen te worden uitgezet en de smartphones moeten enigszins terzijde gelegd worden. Die ook uitzetten, is te veel gevraagd. We leven tenslotte niet in de Middeleeuwen.
  We kiezen voor een spel dat mijn oudste dochter heeft gekregen als onderdeel van haar kerstpakket. Het blijkt een strijd der seksen en bestaat uit diverse rondes waarin de geslachten elkaar uitdagen. Al zijn wij mannen numeriek in de minderheid, na een valse start in ronde 1 behalen we een glansrijke overwinning.
  Daarom kiezen we daarna voor een andere spel en een andere mix. Uit de spelletjeskast tover ik een prachtig top-40-spel tevoorschijn, dat nog nooit uit de doos is gehaald. Al komen we terug van een forse achterstand, uiteindelijk verliezen mijn dochters en ik toch van mijn zoon en mijn vrouw. Een beetje zuur, vooral omdat ik wist dat ‘Twee reebruine ogen’ van de Selvera’s was.
  Vannacht gingen de spelletjes verder in mijn droom. Daarin werd me een concept aangereikt voor een nieuw spel. Ik schrok ervan wakker en hoorde hoe het stormde. Terwijl de brievenbus bleef klepperen en deuren en ramen trilden in hun sponningen, kon ik in mijn hoofd het denken over het spel niet stoppen. Ik zag er ook een format in voor een tv-programma en voor een app.
  Vanmorgen was ik daarover wat minder positief.

(24-12-2013) 

maandag 23 december 2013

Familiediner

Het is pas 23 december, maar het eerste kerstdiner zit erop. Gisteren hadden we hier in de tuinkamer mijn kant van de familie op bezoek. We hadden twee tafels tegen elkaar geschoven en zeventien zitplaatsen gecreëerd. Dat bleek er een te veel: neef Niek had zich afgelopen week dusdanig in de beslommeringen van het Groningse studentenleven gestort, dat de voorbereiding van een tentamen in het gedrang dreigde te komen. Eerst zou hij halverwege aanschuiven, later hoorden we dat hij helemaal niet meer kwam.
  Een andere neef was er ook niet en de vrienden en vriendinnen van enkele jeugdige familieleden lieten om hen moverende redenen ook verstek gaan. Het voordeel daarvan was dat iedereen in de tuinkamer paste en we genoeg stoelen en tafelruimte hadden.
  Mijn vrouw en ik hadden een viergangendiner in elkaar geknutseld, dat begon met een palet van drie soorten vis en eindigde met een trio van nagerechten. Dankzij een goede logistieke voorbereiding, een voorbeeldige samenwerking en de hulp van onze dochters verliep alles gesmeerd. De gasten lieten zich de hun voorgezette spijzen smaken en prezen de koks.
  Mijn negentigjarige vader zat als pater familias aan de kop van de tafel. Hoewel er een permanente kakofonie aan geluiden aan zijn oren voorbijtrok, genoot hij zichtbaar van het familiediner.
  Enkele keren had ik de neiging mijn moeder ter sprake te brengen. Hoe graag ze hier bij geweest zou zijn. Of hoe ze vanaf het bidprentje ons samenzijn aanschouwde. Was ik de enige die aan haar dacht? Vast niet.

(23-12-2013) 

zondag 22 december 2013

Werkplek

Mijn vrouw heeft me verbannen. Binnenshuis, dat wel, maar toch. Ze wil niet meer dat ik in de tuinkamer, onze voornaamste leefruimte, zit. Althans niet met mijn laptop. Ze heeft het al zo vaak gevraagd, dat ik nou maar gezwicht ben. Van vrouwen verlies je het uiteindelijk altijd. Ze hebben een heel arsenaal aan technieken om hun zin door te drijven. Een daarvan is de herhaling. “Het is hier toch geen kantoor!” Een ander middel is overdreven zuchten, om nog maar te zwijgen van verongelijkt kijken.
  Dit is dus het eerste tekstje dat ik type op mijn nieuwe ‘werkplek’. Zo noemt mijn vrouw het, een werkplek, alsof er geen levensgroot verschil is tussen werk en hobby.
  Het is zeer de vraag of deze interne verhuizing de kwaliteit van mijn teksten ten goede zal komen. Op mijn oude plek zat ik heel dicht bij een groot raam en had ik altijd zicht op de tuin. Om inspiratie te vinden hoefde ik maar opzij te kijken en hop, dan kwamen de onderwerpen en de bijpassende woorden vanzelf.
  Nu zit ik achter een soort van bureau op een stoel met wieltjes. Het is een veel donkerder plek. Ik kijk uit op de oprit van de buren en op een wild woekerende vlinderstruik. Ik heb zelfs kunstlicht nodig om de letters van het toetsenbord goed te kunnen onderscheiden.
  Er is één troost. Als ik hier net zoveel tijd doorbreng als op mijn oude werkplek, dan gaat ze me vanzelf missen. Zo zijn vrouwen.

(22-12-2013)         

zaterdag 21 december 2013

Minpuntje

Het heeft ongetwijfeld met het milde weer te maken. Voorgaande jaren zag ik zo naar de kerstvakantie uit, dat ik van het begin ervan amper kon genieten. In plaats van uitgelaten was ik de eerste dagen wat chagrijnig, wat als een rode lap werkte op mijn huisgenoten. Verdere escalatie lag dan op de loer.
  Hoe anders gaat het dit jaar. De laatste werkdag van 2013 verliep in een ontspannen sfeer, waarbij ik zelfs genoten heb van Gregoriaans gezang. We hoefden niet vanwege sneeuwval en gladde wegen het kerstprogramma te cancelen en er was geen zure soep. De laatste lessen heb ik, met dank aan de site taalvoutjes.nl, ingevuld met een taalspelletje en de leerlingen leken het warempel leuk te vinden.
  Vanochtend heb ik op mijn gemak een grote pan witlofsoep en gerookte forelmousse gemaakt. Mijn vrouw heeft ons huis met mooie, fleurige stukjes versierd. Morgen hebben we een pre-kerstdiner voor zeventien personen, maar we hebben nog geen onvertogen woord tegen elkaar gesproken.
  Dan zat er in mijn mailbox ook nog eens het bericht dat een door mij geschreven gedicht door is naar de tweede ronde van de nationale gedichtenwedstrijd. Een bescheiden succesje, maar wel een waar ik even op kan teren.
  Er is tot dusver maar één minpuntje. Toen ik door het kerstnummer  van het Volkskrantmagazine bladerde, constateerde ik dat van de tien geïnterviewden er maar één ouder is dan ik. Zelf eurocommissaris Oli Rehn is jonger. Ik moet dus op gaan schieten als ik nog beroemd wil worden.

(21-12-2013)        

donderdag 19 december 2013

Stiften

Al heb ik een hekel aan kunstgras, ik had de Griekse held die er in dit moderne tijdsgewricht zijn wedstrijden op speelt een overwinning gegund. Maar de goden waren hem gisterenavond niet gunstig gezind. Ik heb het over de wedstrijd Feyenoord-Heracles in de achtste finales van de KNVB-beker.
  Allereerst hadden de goden kort voor de wedstrijd Martin Koeman tot zich geroepen. De dood van de vader van Feyenoords trainer legde volgens Volkskrant-journalist Iwan Tol ‘een schaduw over de wedstrijd’. Dat gegeven leverde Feyenoord natuurlijk een moreel voordeel op, zeker toen men kort voor de wedstrijd besloot met rouwbanden te spelen. Ik bedoel, dan ga je als verdediger toch net iets minder fanatiek voor de bal.
  Vervolgens schonken de goden hun Italiaanse lievelingszoon Pellè al na twaalf minuten weer eens een briljant moment. Hij draaide weg bij zijn directe tegenstander en schoot hard en gericht binnen, lees ik. Na die actie kuste hij ook nog eens zijn rouwband.
  Ten derde was daar Heraclied Rienstra. Diep in de tweede helft, bij de stand 1-1, begreep hij een goddelijke ingeving verkeerd. In kansrijke positie stiftte hij de bal. Dat deed hij volgens Iwan Tol evenwel met één t. Hij had beter kunnen kiezen voor een hard schot, schrijft Tol. Nee, Iwan, jij had beter moeten opletten toen de werkwoordspelling werd uitgelegd.
  De goden houden overigens nog steeds van spanning. In de verlenging lukte het Heracles niet te scoren, al speelde Feyenoord inmiddels met tien man. Koemans team won de strafschoppenserie met 6-5.

(19-12-2013)

Felix

Als ik geen vrouw had en geen kinderen en ook verder geen verplichtingen aan de wereld, vertrok ik vandaag nog naar het zuiden van België. Ik zou, desnoods te voet, reizen naar de Gaumestreek, vlakbij de Franse grens en aanbellen bij de abdij van Orval. “Hier ben ik,” zou ik zeggen tegen de hoogbejaarde portier. “Als de duivel oud is, wil hij monnik worden.”
  Het was me al meerdere keren opgevallen in een Belgische supermarkt. Hoe ik ook zocht tussen al die overheerlijke bieren, mijn lievelingsbier kon ik niet vinden. Laatst in een restaurant in de Ardennen, waar ik als aperitief pleeg een Orval te bestellen, bleek het ook op te zijn. Jammer vond ik dat, want het eten passeert de huig zoveel prettiger, als deze vooraf gestoffeerd is door een Orvalletje.
  Dezer dagen las ik in de krant hoe het komt dat ik al vaker heb misgepakt. Er wonen in de abdij van Orval nog maar twaalf monniken, van wie de meesten hoogbejaard zijn. Dit kleine groepje paters kan de vraag naar hun godendrank niet bijbenen.
  In Achel, waar ook zo’n heerlijk trappistenbier gebrouwen wordt, is de nood nog hoger. Daar wonen nog maar zes monniken. Als kind ben ik daar vaker geweest. We bezochten dan pater Felix, een vriend van mijn vader. Dankzij hem heeft die nog altijd een paar prachtige kelken tussen zijn glazen staan.
  Ik weet niet of Felix nog leeft. Zo niet, dan hoop ik dat hij in de hemel nog steeds trappistenbier drinkt.

(19-12-2013)      

dinsdag 17 december 2013

Project

Al te veel verklappen zal ik nog niet. De wedstrijd is nog maar net begonnen en de afloop is hoogst onzeker. Maar o, wat vind ik het nu al leuk.
  Of het voor mijn vrouw ook leuk wordt, is de vraag. Ik ben volgens haar al verslaafd en de koppelkoers waar we nu aan begonnen zijn, zou die verslaving wel eens verder kunnen aanwakkeren. Het risico dat ik tijdens de kerstdagen en de vrije dagen daarna met mijn hoofd te veel bij het koersverloop ben, is niet gering. Ik moet niet al te glazig uit mijn ogen gaan kijken en alert op haar vragen blijven reageren, anders ligt een echtelijke ruzie op de loer.
  Het idee komt van Frits. Nadat ik bij hem, de gemeentedichter van Leudal, op bezoek ben geweest, zijn we intensief gaan mailen. Na enkele mails lanceerde hij het idee om een gezamenlijk project op te starten, over de provinciegrenzen heen.
  Het ligt op het terrein van onze gezamenlijke hobby, het maken van lichte, vormvaste gedichten, en het heeft met de mooiste aller sporten te maken, de wielersport. Nogmaals, ik wil niet te veel verklappen, maar ik licht nog een tipje van de sluier op: in ons project speelt een berg een prominente rol. Een berg die ooit door een van de aartsvaders van de moeder van de vormvaste verzen te voet beklommen is. Ik doel natuurlijk op Petrarca.
  Het project is zo zinloos als Jan Kal ooit dichtte. Maar we gaan samen voor de top.

(17-12-2013)